Als ik ergens niet tegen kan in een boek, is het wel dat iets niet klopt. Ooit las ik een
boek, waarin de hoofdpersoon in 1958 naar een song van de Beatles luisterde. In Het
meisje uit Buenos Aires van Thomas Ross gaat iemand binnen tien minuten van de ene
naar de andere kant van de stad. Ik ken BA en weet dat je daar een klein uurtje over doet.
Zoiets doet de geloofwaardigheid van je boek geen goed.

Zo liet ik zelf de hoofdpersoon Herman van Ede-Wageningen naar Amersfoort rijden, het
‘kippenlijntje’. Later stuitte ik bij mijn research op de dienstregeling van de treinen
tussen E-W en Amersfoort en wat bleek? Sinds begin 1943 was deze lijn alleen nog maar
voor goederenvervoer; de scène speelde zich echter af in november 1943. Dus liet ik de
trein van E-W naar Veenendaal rijden. Schrijft me daar een treintjesfanaat dat die trein
niet naar Veenendaal, maar naar De Klomp moet hebben gereden, want Veenendaal
heeft een eigen station. Daar heb ik dan wel de pest over in.

Ik beschreef de postzegel (pg 49) op het envelopje van de loyaliteitsverklaring als die van
Michiel de Ruyter. Vlak voor publicatie zocht ik dit toch nog even na. Blijkt dat de
postzegel van Michiel de Ruyter pas na de verzending van de loyaliteitsverklaring was
uitgegeven. Oef, nog net op tijd kunnen corrigeren.

Maakt dat dan wat uit? Je zult maar een filatelist onder je lezers hebben zitten!
In 1948 was er een avondklok, maar die werd op Koninginnedag opgeschort. Dat kwam
goed uit voor het verhaal. Maar op oudejaarsdag was er wél een avondklok, las ik in het
“Soerabaijasch Handelsblad”. Dat betekende dat de scène die ik voor ogen had voor
Hoofdstuk XL behoorlijk moest worden aangepast.

En welke bomen er stonden langs de weg die Herman naar kantoor liep? Niemand in
Indonesië kon het me vertellen en dus redde ik me eruit met: “Aan weerszijden van de
straat stonden flamboyanten – geen acacia’s zoals sommigen dachten.”
Uiteindelijk moet het wèl kloppen.