Ontspiegeld is op gedragen aan ‘Tonny’ en al die anderen. Wie is die ‘Tonny’ en wie zijn ‘al
die anderen’? Ik zal er geen doekjes om winden, ‘Tonny’ was de schuilnaam van mijn
vader. En ‘al die anderen’ zijn al die jonge mannen zoals hij; jonge mannen die in het
verzet hadden gezeten en als dank voor hun moed tijdens de oorlog als eersten werden
opgeroepen om naar Indië te gaan. Mijn vader was daar buitengewoon ontstemd over.
Velen waren hem al voorgegaan als OorlogsVrijWilliger (25.000), maar na de
grondwetswijziging van 1946 werden er circa 95.000 opgeroepen als dienstplichtige of
reservist, zoals hij. De meesten hadden geen flauw
benul van wat er in Indië gebeurde. Ze dachten dat
ze ‘Canadeesje’ kwamen spelen om Indië te bevrijden,
zoiets als de Russische dienstplichtigen die naar
Oekraïne worden gestuurd om te vechten, maar dan
zonder bonus. Volgepompt met propaganda met de
opgepoetste en voormalige NSB-leuze (!) “Indië
verloren, rampspoed geboren”, scheepten ze zich in
om in Indië van een koude kermis thuis te komen.
Uiteindelijk waren er slechts 2.600 dienstweigeraars;
ze gingen de gevangenis in voor maximaal vijf jaar.
Een van jullie schreef me: ‘Je mag dan wel zeggen dat je roman niet over je vader gaat,
maar hij was wel aanwezig bij een groot aantal gebeurtenissen die je hebt beschreven.’
Ja, dat klopt, maar daarom gaat het nog niet over mijn vader. Hij overleed in 1983 en pas naderhand heb ik mij afgevraagd hoe dat geweest moet zijn om gedecoreerd te worden
voor je verzetsdaden (zie bij de afbeeldingen op mijn website de foto die bij pg 16 hoort)
en naderhand vrijheidsstrijders voor hun merdeka te moeten vervolgen. Ik denk dat de
katharsis van Herman 2.0 voor mijn vader niet heeft plaatsgevonden. Over zijn Indische
verleden ben ik niets te weten gekomen. Terwijl hij toch officier was bij de Staf van de
A-Divisie in Soerabaja, heb ik in de archieven geen enkel rapport aan of over hem kunnen
vinden. In tegenstelling tot wat sommigen dachten (spoiler): “Is je vader daar voor de
krijgsraad geweest?”. Alles wat zich in mijn roman in Indië/Indonesië afspeelt is fictief.
Daarentegen is zijn rol in het Edese verzet goed gedocumenteerd – zie daarvoor het
bronnenmateriaal dat ik achterin de roman heb vermeld. De Herman die ik beschreven
heb, is een versmelting van diverse verzetslieden, waaronder ‘Tonny’, en mijn eigen idee
over hoe mensen gereageerd zouden kunnen hebben in de situaties die ik beschreven
heb. Maar zoals de leider van het verzet in Ede geen boer was die ‘Ome Teus’ heette en ik
geen weet heb over het bestaan van ‘Lange Piet’, Derk of Bart, zo was mijn vader geen
student, kwam hij niet uit een papierdynastie in Renkum, heeft hij nooit bij de ENKA
gewerkt, was er geen oom Govert of tante Jannie, heeft hij slechts één maand voor de
bevrijding ondergedoken gezeten en was er, voor zover ik weet, geen Annemieke. Maar
voor dat laatste steek ik mijn hand natuurlijk niet in het vuur.
Beschouw de opdracht in Ontspiegeld als een teken van begrip voor jonge mensen die
na de rauwe tijd van het verzet opnieuw in Indië voor keuzes werden gesteld, waar wij
ons geen voorstelling van kunnen maken. Geen ‘waar gehakt wordt vallen spaanders’,
maar meer de indringende vraag: ‘Wat zou ik gedaan hebben?’
Recente reacties